Belgische wettekst

Koninklijk besluit van 20 juni 2002 houdende voorwaarden betreffende de exploitatie van zonnecentra
ALBERT II, Koning der Belgen,

 

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.


Gelet op de wet van 9 februari 1994 betreffende de veiligheid van de consumenten, inzonderheid op het artikel 4, gewijzigd bij de wet van 4 april 2001;


Gelet op de wet van 4 april 2001 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de veiligheid en de gezondheid van de consumenten, inzonderheid op het artikel 20;


Gelet op de wet van 11 januari 1999 tot regeling van de exploitatie van zonnecentra, gewijzigd bij de wet van 4 april 2001;


Overwegende dat voldaan is aan de formaliteiten bepaald in de Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, gewijzigd bij de richtlijn 98/48/EG van 20 juli 1998;

Gelet op het advies van de Commissie voor de Veiligheid van de Consumenten, gegeven op 20 november 2001;

Gelet op het advies nr. 32.804/1van de Raad van State, gegeven op 5 april 2002;

Op de voordracht van Onze Minister van Consumentenzaken,


Hebben Wij besloten en besluiten Wij:

 

Artikel 1
- Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

zonnebank: elk toestel dat minstens één ultravioletlamp gebruikt om de huid te bruinen;

zonnecentrum: plaats waar minstens één zonnebank ter beschikking staat van consumenten;

geautomatiseerd zonnecentrum: een zonnecentrum waarbij de zonnebanken bij afwezigheid van de onthaalverantwoordelijke worden gestuurd door middel van een magneetkaart of vergelijkbaar middel;

uitbater: diegene die instaat voor het beheer van een zonnecentrum;

onthaalverantwoordelijke: diegene die instaat voor het onthaal van de consumenten bij een al dan niet geautomatiseerd zonnecentrum;

sessie: het opeenvolgend gebruik van een zonnebank, met een maximaal tijdsinterval van 30 dagen tussen de verschillende blootstellingen.

Dit besluit is niet van toepassing op zonnecentra in de ziekenhuizen en dermatologische diensten waar gebruik wordt gemaakt van ultravioletstralen ter behandeling van bepaalde huidaandoeningen.


Artikel 2:
- Een zonnecentrum kan niet werken bij afwezigheid van de onthaalverantwoordelijke, behalve indien het voldoet aan de voorwaarden voor geautomatiseerde zonnecentra.


Artikel 3:
Elk zonnecentrum, al dan niet geautomatiseerd, voldoet aan de volgende voorwaarden:

de cellen waarin de zonnebanken geplaatst zijn, zijn ruim, goed verlucht en voorzien van niet naar binnen draaiende deuren;

in elke cel hangen duidelijke instructies, gesteld ten minste in de taal of de talen van het taalgebied waar het zonnecentrum is gevestigd, voor een veilig gebruik en voor de reiniging van de zonnebanken;

een beschermende bril is ter beschikking voor consumenten die niet beschikken over een persoonlijke beschermende bril. Het ter beschikking stellen van de beschermende bril aan een andere consument is niet toegelaten, behalve na voorafgaande ontsmetting van de bril;

in elke cel zijn reinigingsmiddelen aanwezig, die aan de specifieke omstandigheden van de zonnebanken (hygiëne, dermatologische eisen en hoge temperaturen) zijn aangepast;

bij elk defect wordt de zonnebank automatisch uitgeschakeld;

de kwaliteit van de ultravioletlampen en de filters worden afhankelijk van de gebruiksintensiteit en ten minste om de drie maanden gecontroleerd.


Artikel 4:
Elk geautomatiseerd zonnecentrum voldoet bijkomend aan de volgende voorwaarden:

de sturing van de zonnebanken gebeurt door middel van een magneetkaart of vergelijkbaar middel, verder magneetkaart genoemd;

de sturing van de geautomatiseerde zonnebank zorgt ervoor dat er minstens 48 uur is tussen de eerste en tweede blootstelling van een sessie en minstens 24 uur tussen de volgende blootstellingen;

de intensiteit en de gebruiksduur van de zonnebank worden via de magneetkaart automatisch aangepast aan het huidtype van de consument, rekening houdend met het type van zonnebank en de gebruikte lampen;

de nodige maatregelen zijn genomen om de veiligheid van de consumenten te garanderen;

in elke cel is een alarmsysteem geïnstalleerd zodat de consument de hulpdiensten kan oproepen;

in het zonnecentrum zijn de volgende vermeldingen leesbaar en zichtbaar aangebracht:

a) naam, adres en telefoonnummer van de uitbater;

b) de uren en dagen van zijn aanwezigheid in het zonnecentrum;

c) een telefoonnummer waar de consument voor eventuele klachten, technische interventie, opmerkingen of andere vragen terecht kan.

Artikel 5:

- Elke onthaalverantwoordelijke heeft een opleiding gevolgd die door de bevoegde gemeenschap wordt bepaald.

Indien het zonnecentrum bij de inwerkingtreding van dit besluit reeds in bedrijf is, volgt de onthaalverantwoordelijke deze opleiding binnen het jaar dat volgt op de datum waarop dit besluit in werking is getreden.

Artikel 6:
- In elk zonnecentrum, al dan niet geautomatiseerd, wordt een bord aangebracht dat zichtbaar en op minstens vijf meter afstand leesbaar is en waarop de tekst staat die opgenomen is in de bijlage I bij dit besluit.

Deze tekst wordt gesteld ten minste in de taal of de talen van het taalgebied waar het zonnecentrum is gelegen.


Artikel 7:
- Het is de onthaalverantwoordelijke verboden minderjarigen beneden de leeftijd van 15 jaar de gelegenheid te geven in zijn centrum gebruik te maken van zonnebanken of andere installaties die ultravioletstralen afgeven.


Artikel 8:
- De onthaalverantwoordelijke:

informeert elke nieuwe consument mondeling over de gevaren van blootstelling aan ultravioletstraling;

overhandigt aan elke nieuwe consument de tekst die opgenomen is in bijlage II van dit besluit, gesteld ten minste in de taal of de talen van het taalgebied waar het zonnecentrum is gelegen;
bepaalt samen met elke nieuwe consument zijn huidtype en legt hem de specifieke risico’s voor dit huidtype uit;
bewaart de ontvangstbewijzen vermeld in lid 2 en houdt ze ter beschikking van de bevoegde overheden;
ziet erop toe dat de eerste blootstelling van een sessie slechts de helft van een normale dosis bedraagt;
ziet erop toe dat er minstens 48 uur is tussen de eerste en tweede blootstelling van een sessie en minstens 24 uur tussen de volgende blootstellingen;
ontsmet minstens éénmaal per dag de zonnebanken;
houdt de resultaten van de controles bepaald in artikel 3, 6° ter beschikking van de bevoegde overheden;
overhandigt persoonlijk de magneetkaart voor een geautomatiseerd zonnecentrum aan de consument;

10° verstrekt per consument ouder dan 15 jaar slechts één magneetkaart;

11° verstrekt aan minderjarigen beneden de leeftijd van 15 jaar geen magneetkaart.

Elke nieuwe consument tekent met vermelding van zijn/haar naam, geboortedatum en adres, voor ontvangst van de in lid 1, punten 1°, 2° en 3° beschreven informatie.


Artikel 9:
- De opheffing van de wet van 11 januari 1999 tot regeling van de exploitatie van zonnecentra geldt vanaf de dag van inwerkingtreding van dit besluit.


Artikel 10
- De minister tot wiens bevoegdheid de bescherming van de veiligheid van de consumenten behoort, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 20 juni 2002

Van Koningswege:

De Minister van Consumentenzaken,

Magda Aelvoet


Bijlage I

Volgende tekst wordt in uitvoering van artikel 6 in elk zonnecentrum uitgehangen:

« Ultravioletstralen kunnen huidkanker veroorzaken en de ogen ernstig beschadigen. Het gebruik van een beschermende bril is verplicht. Bepaalde geneesmiddelen en cosmetica kunnen ongewenste huidreacties veroorzaken.

Blootstelling aan kunstmatige ultravioletstralen is verboden voor minderjarigen beneden de leeftijd van 15 jaar, ten zeerste af te raden voor de andere minderjarigen en zwangere vrouwen. »


Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van 20 juni 2002 houdende voorwaarden betreffende de exploitatie van zonnecentra.

Van Koningswege:

De Minister van Consumentenzaken,

Magda Aelvoet


Bijlage II

De onthaalverantwoordelijke overhandigt in uitvoering van artikel 8, 2° aan elke nieuwe consument volgende tekst:

« Zonnebanken of andere toestellen die ultravioletstralen afgeven, zouden niet mogen worden gebruikt door personen die zeer gevoelig zijn voor zonnestralen, zonnebrand vertonen, lijden aan huidkanker of aan een huidaandoening die tot kanker kan leiden.

Blootstelling aan kunstmatige ultravioletstralen is verboden voor minderjarigen beneden de leeftijd van 15 jaar, ten zeerste af te raden voor de andere minderjarigen en voor zwangere vrouwen.

Kunstmatige of natuurlijke ultravioletstralen kunnen de huid en de ogen ernstig en onomkeerbaar beschadigen.

Intense en herhaalde blootstelling aan ultravioletstralen kan leiden tot vroegtijdige veroudering van de huid en tot een verhoogd risico op huidkanker.

Het niet dragen van de beschermingsbril tijdens blootstelling aan kunstmatige ultravioletstralen kan oogbeschadigingen veroorzaken zoals keratitis (hoornvliesontsteking) of cataract (troebel worden van de ooglens).

Daarom worden tijdens elke blootstelling aan kunstmatige ultravioletstralen de volgende voorzorgen in acht genomen:

· dragen van een beschermende bril;

· zich zorgvuldig ontschminken;

· geen zonnebrandmiddel of andere cosmetische producten gebruiken;

· zich niet blootstellen aan ultravioletstralen wanneer men geneesmiddelen inneemt die de gevoeligheid voor deze stralen verhogen;

· het advies van een arts inwinnen alvorens gebruik te maken van een zonnebank indien men aan een huidziekte lijdt;

· de tijd van de blootstelling tijdens de eerste sessie beperken om te zien hoe de huid reageert;

· vóór elk gebruik de zonnebank reinigen. »


Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van 20 juni 2002 houdende voorwaarden betreffende de exploitatie van zonnecentra.

Van Koningswege:


De Minister van Consumentenzaken,

Magda Aelvoet